Eén jaar Michel I: de evaluatie van Jambons veiligheidsbeleid

Verschillende media maken een evaluatie van één jaar Michel I. Het is interessant om terug te blikken en te zien hoe de minister met bevoegdheid Binnenlandse Zaken het heeft gedaan.

 

Analyse

Minister Jambon is de man die voor de N-VA de boodschap van orde en veiligheid moet belichamen in de regering Michel. Hij is vaak het verlengstuk van de, door sommigen de ‘echte eerste minister’ van het land genoemde Bart De Wever. In januari 2015, net na Verviers, eiste hij dat er ’s anderendaags militairen in de Antwerpse straten zouden staan en zijn ministers in de federale regering, met Jambon en Vandeput op kop, moesten hiervoor zorgen. De beslissing had een wankele (om niet te zeggen volstrekt geen) juridische grondslag. So What ? De symboliek van de maatregel gaat boven de efficiëntie. De militairen stonden er ’s anderdaags in Antwerpen…

 

Bedenking

Minister Jambon heeft wat tijd nodig gehad om zich in te werken. Zijn interesseveld en expertise lagen, toen hij parlementslid was, elders. Je merkt wel zijn parlementaire reflex. In de commissie, bij het beantwoorden van vragen, doet hij dat volledig en correct en met respect voor het parlement. Het mag gezegd. En hij luistert ook. Zo is het oorspronkelijke 12-puntenplan voor de strijd tegen het terrorisme nog bijgesteld op basis van de eerste bespreking in het parlement en de opmerkingen van de oppositie: het afnemen van de identiteitskaart moest fors worden bijgestuurd na een eerste kritische bespreking (er zou eerst een soort tweede identiteitskaart worden afgeleverd maar die zou heel stigmatiserend zijn want herkenbaar voor iedereen) en de piste om de regering toe te laten om adviezen van de OCAD over de terreurdreiging bij te sturen en een hoger niveau in te stellen sneuvelde. Hier heeft het parlement zijn rol gespeeld en hebben de ministers geluisterd en bijgestuurd. Ook al blijft het totale pakket aan maatregelen vooral reactief en op veiligheid gefocust. En te weinig naar voorkoming en preventie.

 

Uitdaging

De grote uitdaging wordt de opmaak van de ‘Kadernota integrale veiligheid’ en daaruit voortvloeiend, het nieuwe Nationaal Veiligheidsplan waarin prioriteiten moeten worden vastgelegd. De minister wil een kortere lijst. Daardoor zouden misdrijven als partnergeweld en internationale afvalzwendel kunnen sneuvelen. En dat heeft ook een impact op de organisatie van de federale politie in de zogenaamde ‘optimalisatie’-oefening die moet gebeuren. Zo werd eerst aangekondigd dat de Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie zou verdwijnen en de medewerker zouden worden verdeeld over het land. Dat zou een zwaar verlies van expertise betekenen en het verlies van het aanspreekpunt voor uitwisseling en contacten met andere landen. Daar zou nu op teruggekomen zijn na parlementaire vragen, gelukkig. Maar eenzelfde bedreiging bestaat voor de centrale dienst die instaat voor de aanpak van zware milieumisdrijven, bv internationale afvaltransporten, en die ondersteuning bieden aan alle politiediensten van het land. Ook deze nationale cel zou moeten verdwijnen wat een verlies van enorm veel expertise en contacten met buitenlandse diensten zou betekenen. En dan hebben we nog de dreiging van de privatisering van bepaalde politietaken, wat een ideologisch debat is. Het wordt nog een warm najaar wat ons betreft!

Pers: 

Werk: