Gezond evenwicht tussen mensenrechten en veiligheidsmaatregelen in rapport commissie aanslagen

België heeft kansen gemist om de daders tegen te houden. Dat concludeert Stefaan Van Hecke vandaag uit het rapport van de onderzoekscommissie die is opgericht om de omstandigheden van de aanslagen en de toestand van het veiligheidsapparaat in het algemeen te onderzoeken. Ondervoorzitter Stefaan Van Hecke (Groen): “Uit het onderzoek blijkt dat de daders op verschillende momenten in het onderzoek op de radar verschenen, maar nooit werden opgepakt of van nabij werden (op)gevolgd. Verder blijkt ook dat de verbindingsofficier in Turkije, Sébastien Joris, geen fouten heeft gemaakt, in tegenstelling tot wat minister Jambon daarover verkondigde.” Van Hecke is tevreden over het eindrapport van de commissie. “Er is een gezond evenwicht gevonden tussen het versterken van de veiligheidsstructuur en het vrijwaren van de grondrechten van de burgers, zoals op vlak van privacy”, besluit Van Hecke.


Algemeen blijkt duidelijk dat de besparingen van de regeringen Leterme, Di Rupo en Michel, zwaar ingehakt hebben op de capaciteit en het functioneren van de veiligheidsdiensten waardoor die verlamd werden. Treffend is dat slechts 11.000 van de 13.500 voorzien personeelsleden van de federale politie zijn ingevuld, een tekort van 2.500 politiemensen, of bijna 20% van de capaciteit. Het is dan ook terecht dat de onderzoekscommissie aanbeveelt om het kader volledig te gaan invullen.

De commissie heeft een hele reeks maatregelen voorgesteld. Van Hecke looft het evenwicht dat is gevonden in de maatregelen. “Dit is geen ‘veiligheid-eerst-en-al-de-rest-later’-rapport geworden. Voorstellen zoals burgerinfiltratie, de verlenging van de aanhoudingstermijn tot 72uur, de invoering van ‘onsamendrukbare straffen’ of de invoering van de noodtoestand hebben er geen plaats in gekregen”, stelt Van Hecke vast. “Integendeel: het rapport hamert heel zwaar op de nood aan maatregelen die effectief en proportioneel zijn en waarbij steeds gewaakt wordt over de fundamentele grondrechten en de maximale bescherming van de privacy. Het vestigt ook de aandacht op het belang van preventie en beklemtoont meermaals het groot belang van de functie van de wijkagent, die een beter statuut moet krijgen.”

Een hele reeks maatregelen die wel effectief en proportioneel zijn, werden wel opgenomen in het eindverslag. “Naast de versterking van de wijkagent, kan ook verwezen worden naar de invoering van Joint Decision Centers die het werk van inlichtingendiensten en politie op elkaar moeten afstemmen en prioriteiten stellen, aan een kruispuntbank voor de veiligheidsinformatie zodat informatie makkelijk kan gedeeld worden tussen alle betrokken diensten, een nauwere samenwerking tussen de staatsveiligheid en de militaire inlichtingendiensten, de versterking van de informatiedoorstroming naar de burgemeester, meer inzetten op diversiteit binnen het politiekorps: dat zijn maatregelen die op het terrein echt een verschil kunnen maken”, stelt Van Hecke.

De onderzoekscommissie heeft niet kunnen vaststellen dat de aanslagen konden worden vermeden, maar het is duidelijk dat er kansen zijn gemist om de daders tegen te houden. Van Hecke duidt drie cruciale momenten aan waar effectief kansen zijn gemist. “Ten eerste werd een onderzoek naar de broers Abdeslam geseponeerd door het federaal parket terwijl er nog onderzoeken moesten worden uitgevoerd op zijn GSM en laptop. Ten tweede werd voor het onderzoek naar dit dossier geen capaciteit vrijgemaakt bij de federale politie van Brussel en na een zwak ‘contextualisatie-PV’ waarin essentiële info ontbrak werd het geseponeerd. Ten derde werd met cruciale informatie van een politie-inspecteur uit Mechelen over de verblijfplaats van de latere daders niets gedaan”, aldus Van Hecke.

Tot slot verwijst Van Hecke nog naar de heisa rond de rol van de verbindingsofficier, Sébastien Joris. Die werd door minister Jambon enkele dagen na de aanslagen publiekelijk beschuldigd van ernstige fouten. “De commissie pleit meneer Joris vrij. Hij heeft geen fouten gemaakt en er kan hem tuchtrechtelijk niets verweten worden. Minister Jambon zou er goed aan doen nu eindelijk Sébastien Joris in ere te herstellen en zijn excuses aan te bieden voor de onterechte publieke beschuldigingen. De enige die overduidelijk een fout maakte was minister Jambon zelf, met zijn drieste communicatie en zijn drang om een zondebok aan te wijzen, drie dagen na de aanslagen”, besluit Van Hecke.

Foto's:

Tags: 

Pers: 

Werk: